Hoe maak je een goede enquête
From LimeSurvey Manual
Een eenvoudige richtlijn voor het maken van een goede enquête
In LimeSurvey kun je snel een enquête maken, helaas zegt dat niet dat het dan een goede enquête is.
Op deze pagina vind je een eenvoudige richtlijn voor het opstellen van een enquête die je deelnemers niet afschrikt en die je ook nog zinvolle antwoorden oplevert.
In deze blog staan nog meer nuttige aanwijzingen voor een goed ontwerp van je enquête.
Voordat je een enquête maakt
Er zijn enkele belangrijke vragen die je moet beantwoorden voordat je een enquête ontwerpt - eigenlijk al voordat je besluit of een enquête wel de juiste aanpak is.
Wat wil je te weten komen met het onderzoek?
Vraag jezelf vervolgens het volgende af:
- Helpt een enquête me om de informatie te krijgen die ik nodig heb voor mijn onderzoek?
- Wie zijn de juiste mensen om de enquête in te laten vullen?
- Hoe zorg ik ervoor dat ik de juiste mensen bereik?
- Wat is de beste manier om ervoor te zorgen dat de deelnemers de vragen goed begrijpen (zodat de verkregen informatie nauwkeurig en bruikbaar is)?
- Welke statistische methoden (voor gegevensanalyse) wil of moet ik, indien van toepassing, gebruiken op de gegevens zodra die zijn verzameld?
- Welke persoonsgegevens heb ik echt nodig, en hoe ga ik die beschermen?
LimeSurvey is een prachtig gereedschap om enquêtes te maken als je van te voren alle vragen, die je eventueel wilt stellen, duidelijk kunt aangeven.
LimeSurvey is uitstekend geschikt voor volledig gestructureerde enquêtes (je weet vóór je begint al welke vragen je wilt stellen), gestandaardiseerde enquêtes (iedereen krijgt min of meer dezelfde enquête) en overwegend kwantitatieve enquêtes (het gaat vooral om cijfers of vragen met vooraf bepaalde antwoorden) die online worden afgenomen.
Hier kun je tot op zekere hoogte natuurlijk van afwijken. Je kunt LimeSurvey gebruiken om antwoorden uit interviews in te voeren, bijvoorbeeld telefonische interviews. Je kunt LimeSurvey ook gebruiken om kwalitatieve gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld met tekstvragen.
Je kunt natuurlijk tot de conclusie komen dat er betere manieren zijn om de informatie te verkrijgen dan met een enquête.
Een enquête structureren
Overweeg wat aspecten bij het bepalen in welke volgorde en hoe gegroepeerd je de vragen wilt stellen.
Begin als het kan met wat eenvoudig te beantwoorden vragen om de deelnemers ontspannen te laten beginnen. Dit zijn meestal toch vragen waarin je wilt vaststellen of je wel de goede mensen de enquête laat invullen en om de condities en de quota's te kunnen instellen.
De ervaring leert dat mensen snel afhaken met invullen als de enquête direct moeilijk begint en ze eerder verdergaan als ze al wat vragen beantwoord hebben.
Voorbeelden:
Welk fruit vind je lekker?
#Appels ()
#Bananen ()
#Kersen ()
(meerkeuze)
Je kunt condities gebruiken om de volgende vragen over kersen alleen te tonen aan deelnemers die ''Kersen'' hebben gekozen.
Waarom hou je van kersen?
#Ze zijn lekker
#Ik hou van de kleur
#Ze zijn gezond
#Ze zijn sappig
#Ik hou van kersentaart
(meerkeuze)
Lust je graag kersen?
#1) Niet meer dan van ander fruit
#2) Graag, meer dan van ander fruit
#3) Het is een van mijn favoriete fruitsoorten!
#4) I HOU VAN KERSEN!
(een keuze)
Ken je een recept met kersen?
[tekst]
Het bovenstaande is een voorbeeld van een gemakkelijke vraag om mee te beginnen gevolgd door de hoofdvraag.
Het doel was om fruitrecepten te verzamelen. De inleidende vragen zijn gemakkelijk te beantwoorden en zorgen ervoor dat alleen deelnemers die van kersen houden vragen over kersen krijgen.
Als je daarentegen moeilijk te beantwoorden vragen moet stellen, kun je overwegen om voor elke vraag of vraaggroep een aparte pagina te gebruiken (stel het Formaat van de enquête in bij de algemene instellingen in op Groep voor groep of Vraag voor vraag) en deze moeilijke vragen helemaal aan het einde te plaatsen. Als deelnemers dan besluiten de enquête niet af te maken, zijn hun vorige antwoorden in ieder geval opgeslagen.
Houd met de structuur ook rekening met het voorkomen van vertekening die door de enquête zelf wordt veroorzaakt.
In een marktonderzoek zijn er concepten die vragen met of zonder hulp vereisen.
Een voorbeeld van een vraag zonder hulp is:
"Welke merken chocolade ken je?"
(gevolgd door een leeg tekstvak)
Een overeenkomende vraag met hulp is:
"Welke van de volgende merken chocolade ken je?"
(gevolgd door een lijst met merken (meerkeuzevraag))
Als je beide soorten vragen (met en zonder hulp) in dezelfde enquête opneemt, zorg dan dat ze op verschillende pagina's staan en plaats de vragen zonder hulp vóór de vragen met hulp. Een vraag met hulp vóór een vraag zonder hulp kan de antwoorden van deelnemers onbedoeld beïnvloeden, waardoor je resultaten ongeldig worden. Overweeg om dezelfde reden terugbladeren uit te schakelen, zodat deelnemers niet terug kunnen gaan en hun antwoorden op de vragen zonder hulp kunnen aanpassen nadat ze de lijst hebben gezien.
De vraag zelf
Vragen moeten niet suggestief zijn. "Wat is je mening over LimeSurvey"is een goede vraag, maar "Ben je het er mee eens dat LimeSurvey een goede applicatie is?, is dat niet.
Andere voorbeelden:
Mensen willen eerder geld doneren als je vragen stelt als
- Hou je van de natuur?
- Wil je doneren voor het verbeteren van de rivier?
Je haalt vermoedelijk minder op met:
- Kun je geld missen?
- Wil je doneren voor het verbeteren van de rivier?
Probeer dit te voorkomen door je vragen te ordenen:
- van de minst gevoelige vraag naar de meest gevoelige vraag
- van algemene vragen naar specifieke vragen
- van vragen over feiten naar vragen over meningen
Houd bij het formuleren van een vraag ook rekening met het volgende:
- Vraag naar één ding tegelijk. "Hoe tevreden ben je over de prijs en de kwaliteit van ons product?" kan niet goed worden beantwoord door iemand die tevreden is over de kwaliteit maar niet over de prijs. Splits het op in twee vragen.
- Gebruik eenvoudige, alledaagse woorden en vermijd afkortingen en vaktermen die je deelnemers mogelijk niet kennen.
- Vermijd ontkenningen, vooral dubbele ontkenningen zoals "Ben je het er niet mee eens dat de rivier niet moet worden schoongemaakt?".
- Wees specifiek over tijdsperioden. "Hoe vaak ben je de afgelopen 12 maanden bij de rivier geweest?" is gemakkelijker te beantwoorden en te vergelijken dan "Hoe vaak ga je naar de rivier?".
Een vraag kan zijn:
- Open, de deelnemer kan een tekst invullen
- Gesloten, de deelnemer kan een of meer opties kiezen uit een lijst
Gesloten vragen zijn gemakkelijker te verwerken maar de deelnemer kan zich te beperkt voelen in de antwoorden.
Voorbeeld:"Wat is je favoriete kleur?"
Open: Iemand kan dan antwoorden "Donker fuchsia", je krijgt dan dat als keuze in je verzamelde antwoorden.
Gesloten: Als je maar een beperkt aantal kleuren aanbiedt, zeg 12, dan kunnen mensen mogelijk hun gewenste kleur niet kiezen.
Bekijk elke vraag zorgvuldig en besluit of het een open of een gesloten vraag moet zijn. Als je dieper inzicht in de antwoorden nodig hebt, gebruik dan open vragen. Is dat niet het geval, dan kun je gesloten vragen gebruiken.
Voorbeeld: "Wat is volgens jou de beste manier om een rivier schoon te maken?"
Dit lijkt ons een open vraag: de antwoorden zijn niet eenvoudig weer te geven in een tabel of in een diagram. Je kunt hiermee goede antwoorden krijgen waar je van te voren niet eens aan hebt gedacht.
Voorbeeld (gesloten): "Hoe vaak ben je de afgelopen 12 maanden bij de rivier geweest?"
Maak er een gesloten vraag van met de volgende opties:
- Bijna elke dag
- Minstens 5 keer
- 1 tot 4 keer
- Nooit
Dit zijn resultaten die je prima in een staafdiagram kunt weergeven.
Kies bij meerkeuzevragen of vragen met enkele keuze het juiste vraagtype en formuleer zowel de vragen als de antwoorden zorgvuldig.
Bijvoorbeeld:
Which of the following fruit do you like?
#Apples ()
#Bananas ()
#Cherries ()
Het bovenstaande is een typische meerkeuzevraag, omdat je meerdere items uit de lijst lekker kunt vinden. "Welk van de volgende soorten fruit vind je het lekkerst?" daarentegen is een vraag met enkele keuze.
Beide fruitvoorbeelden zijn zo geformuleerd dat duidelijk is dat het alleen om het genoemde fruit gaat. Als je zou vragen "Wat is je favoriete fruit?", dan moet je ofwel een echt volledige lijst met fruit hebben, ofwel (waarschijnlijker) de optie "Anders" van LimeSurvey gebruiken om een tekstveld toe te voegen voor antwoorden die niet in de lijst staan. In het algemeen moeten antwoordopties in de meeste gevallen volledig, onderling uitsluitend en eenduidig zijn.
Als sommige deelnemers een vraag misschien niet kunnen beantwoorden, bied hun dan een uitweg, bijvoorbeeld een antwoordoptie "Weet ik niet" of "Niet van toepassing". Bij vragen die niet verplicht zijn, kan LimeSurvey ook de optie "Geen antwoord" tonen. Anders kiezen mensen misschien een willekeurig antwoord om verder te kunnen, waardoor je gegevens minder betrouwbaar worden.
Als je meerkeuzevragen of vragen met enkele keuze hebt met veel opties, moet je er rekening mee houden dat dit weer een andere vertekening kan veroorzaken, omdat deelnemers hun aandacht waarschijnlijk vooral op de eerste opties richten en niet op die in het midden. Om dit probleem te verminderen, kun je de volgorde van de antwoordopties van een vraag instellen op Willekeurig, zodat elke deelnemer de opties in een andere volgorde ziet. Op dezelfde manier kun je groepen voor willekeurige volgorde gebruiken om vragen in willekeurige volgorde te tonen.
Wat maakt een enquête goed?
Er zijn drie kenmerken die een enquête nuttig kunnen maken:
- De vragen zij helder en precies en verzamelen antwoorden die gedetailleerd, ondubbelzinnig en betekenisvol zijn.
- Alle vooraf definieerde antwoorden hebben een formaat passend bij de vraag.
- Een deelnemer kan aanvullende informatie geven indien dat nodig is.
Houd daarnaast altijd de ervaring van de gebruiker in gedachten. Lezen, scrollen en klikken zijn vermoeiende activiteiten. Dus:
- Vermijd onnodige vragen.
- Gebruik condities om te voorkomen dat je vragen stelt die niet relevant zijn voor een bepaalde deelnemer.
- Houd vragen en antwoorden kort en gemakkelijk leesbaar - gebruik geschikte opmaak.
- Denk na over de afweging tussen scrollen en klikken. Toon bij korte enquêtes (5-15 vragen, afhankelijk van de complexiteit van de vragen) alles op één pagina. Gebruik bij langere enquêtes vraaggroepen verstandig, dat wil zeggen: groepeer vragen op een begrijpelijke manier. Gebruik groepsbeschrijvingen om duidelijk aan te geven waar de volgende vragen over gaan.
- Voorkom dat je deelnemers in verwarring brengt met verschillende schalen, dat wil zeggen: beperk het aantal verschillende schaaltypen, schaalbereiken en schaalbeschrijvingen zoveel mogelijk. Probeer de richting van schalen niet te veranderen. (Er zijn enkele methodologische uitzonderingen.)
- Gebruik evenwichtige beoordelingsschalen, dat wil zeggen: evenveel positieve als negatieve opties. Beslis bewust of je een oneven aantal opties met een neutrale middenoptie wilt, of een even aantal waardoor deelnemers naar één kant neigen (zie de voorbeelden hieronder).
- Maak vragen alleen verplicht als je het antwoord echt nodig hebt. Deelnemers die gedwongen worden een vraag te beantwoorden die ze niet willen beantwoorden, geven vaak een willekeurig antwoord of verlaten de enquête. De verplichtinginstelling Zacht herinnert deelnemers aan onbeantwoorde vragen, maar laat hen toch doorgaan.
- Houd er rekening mee dat veel deelnemers je enquête op een smartphone invullen. Grote arrays (matrixvragen) met veel kolommen zijn lastig te gebruiken op een klein scherm. Houd ze dus klein of splits ze op, en test je enquête op een telefoon voordat je begint.
Evenwichtige schaal met een even aantal opties (geen neutrale optie):
1. Zeer goed
2. Goed
3. Slecht
4. Zeer slecht
Gebalanceerde schaal met een oneven aantal opties (met een neutrale optie):
1. Zeer goed
2. Goed
3. Niet goed, niet slecht
4. Slecht
5. Zeer slecht
Ongebalanceerde schaal (vermijden - drie positieve opties, maar slechts één negatieve):
1. Uitstekend
2. Zeer goed
3. Goed
4. Slecht
Je kunt het beste bij het maken van een enquête nadenken over je gewenste reacties. Aan een reactie betekenisvol is, heb je het meest, die is nuttig. Probeer de vragen zo te stellen dat je betekenisvolle reacties krijgt.
Hoe doe je dat? Probeer het onderwerp op te delen en te beslissen welke informatie je wilt verzamelen.
Als je bijvoorbeeld een evenement hebt gehouden dan wil je wat algemene feedback hebben van de bezoekers over het evenement.
Een slechte enquête zou dan zijn:
Vond je het evenement leuk?
( ) Ja
( ) Nee
Hoe goed was de wifi?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
( ) ( ) ( ) ( ) ( ) ( ) ( ) ( ) ( ) ( )
Ben je goed gearriveerd op het evenement?
( ) Ja
( ) Nee
Was de plattegrond goed?
( ) Ja
( ) Nee
Hoe tevreden ben je over de verscheidenheid van de sprekers?
( ) Erg teleurgesteld ( ) Teleurgesteld ( ) Neutraal ( ) Tevreden ( ) Erg tevreden
De voorbeeldenquête verbeteren
Beoordelingsschalen zijn nuttig, maar alleen als je iets met de antwoorden kunt doen. Een vraag die alleen om een beoordeling vraagt, vertelt je dat iets goed of slecht was, maar niet waarom. Houd er rekening mee dat een lange lijst met verplichte beoordelingsvragen afschrikwekkend kan werken op je doelgroep, omdat er geen ruimte is om extra informatie te delen.
Als iemand de enquête afrondt, dan kun je om extra feedback vragen voor het geval ze nog zaken willen toelichten of nog opmerkingen hebben.
Wat was er dan wel mis met de enquête?
We bekijken het vraag voor vraag.
Vraag 1 levert eigenlijk niets op. Stel dat je 100 keer het antwoord "nee" ontvangt. Dat antwoord alleen geeft geen nuttige informatie over waarom de deelnemer het evenement niet leuk vond. Je blijft zitten met de vraag wat de reden is voor de "nee"-antwoorden en wat je met die antwoorden moet doen. Zo meteen bekijken we een mogelijke verbetering.
Vraag 2 is slechter dan de eerste. Als we terugkijken naar de 3 kenmerken van een goede enquête, zien we dat vragen duidelijk en precies moeten zijn. "Hoe goed" kan slaan op snelheid, dekking, betrouwbaarheid of hoe makkelijk het was om verbinding te maken - elke deelnemer kan iets anders beoordelen. Bovendien levert het geen zinvol antwoord op een vraag als: "Wat ga je doen met de wetenschap dat 33% van de mensen je wifi als goed beoordeelde tegenover slechts 23%?" De 3 kenmerken van een goede enquête stellen ook dat de vooraf gedefinieerde antwoorden passend moeten zijn bij de vraag.
Je kunt hiermee niet de kwaliteit van de Wifi verbeteren. Je moet mensen hier de gelegenheid geven in hun eigen woorden een probleem te beschrijven.
In dit geval is het bijna onmogelijk om genoeg informatie te hebben om de problemen die de deelnemer(s) met de wifi had(den) goed aan te pakken. Bij enquêtes draait alles om het verkrijgen van nuttige informatie waarmee je aan de slag kunt of waarvan je kunt leren.
Vraag 3 en 4 zouden dezelfde resultaten opleveren als de eerste twee vragen. Ze laten alleen een antwoord "ja" of "nee" toe, en geen van beide biedt de mogelijkheid om details toe te voegen. Hieronder geven we suggesties om dit soort vragen te verbeteren.
Vraag 5, de laatste vraag, is ook niet effectief. Deelnemers vragen hoe ze zich "voelen" over de mix van sprekers, met een schaal van "erg teleurgesteld" tot "erg tevreden", is niet erg nuttig. Iedereen heeft immers andere interesses en dus waarschijnlijk een andere mening over elke spreker. Het is weer een voorbeeld van een schaalvraag die niet op zijn plaats is.
Bekijk de verbeterde enquête hieronder. Vragen als "Als je problemen hebt ervaren, kun je ze dan kort beschrijven?" hoeven alleen te worden getoond aan deelnemers die een probleem hebben gemeld - gebruik hiervoor condities.
Heb je gebruikgemaakt van de wifi op de locatie?
( ) Ja
( ) Nee
Had je daarbij problemen?
( ) Geen problemen
( ) Kleine problemen, niet belangrijk
( ) Een of twee problemen
( ) Ik kon de wifi door problemen niet gebruiken
Als je problemen hebt ondervonden, kun je ze dan hier kort beschrijven (tekstveld)
Had je moeilijkheden om hier op het evenement te komen?
( ) Ja
( ) Nee
Hoe ben je naar ons evenement gegaan?
( ) Trein
( ) Auto
( ) Bus
( ) Metro of tram
( ) Lopend, fiets
( ) Anders: ________
Heb je onze plattegrond op de website gebruikt?
( ) Ja
( ) Nee
Wat de plattegrond gedetailleerd genoeg?
( ) Ja
( ) Ik kreeg alleen een eerste indruk van de plaatsen, ik heb een andere plattegrond gebruikt met meer details.
( ) Te weinig details.
Als je de plattegrond niet hebt gebruikt, waarom dan niet?
( ) Te weinig details
( ) Ik heb in plaats daarvan een navigatie-app gebruikt.
( ) Ik wist niet dat er een plattegrond was!
Vond je de sprekers interessant? Heb je de presentaties met plezier gevolgd?
( ) Bijna alle sprekers waren interessant en hadden een goede presentatie.
( ) De meesten waren goed, een paar anderen waren minder.
( ) Ongeveer de helft vond ik goed en de andere helft minder.
( ) De meeste sprekers vond ik niet goed.
( ) Bijna niks was voor mij interessant.
Wil je je bovenstaande antwoord hier toelichten? Je mag ook wel namen van sprekers noemen.
betreft spreker/onderwerp. (tekstveld)
Hoe kunnen we de onderwerpen verbeteren of heb je andere aanbevelingen
de presentaties, noem ze hieronder op (tekstveld)
Als je andere opmerkingen of aanbevelingen hebt, wil je ze dan hier noemen? (Tekstveld)
De enquête is dan wel wat langer, maar wel gemakkelijker om in te vullen en later te verwerken. Als je per onderdeel 2 of 3 vragen stelt dan kun je de antwoorden beter beoordelen. Stel: op de eerste enquête kreeg je het antwoord dat er 30 mensen moeilijkheden hadden om op het evenement te komen.
Meer informatie kon je er niet uithalen. Met de nieuwe versie kun je achterhalen of dat aan het vervoersmiddel ligt. Je kunt het ook koppelen aan het feit of ze een plattegrond o.i.d. gebruikt hebben of niet. Je kunt dat dan misschien bij een volgend evenement verbeteren.
Houd er rekening mee dat elke extra vraag de kans vergroot dat deelnemers stoppen met antwoorden. Houd je enquête zo kort mogelijk, vertel deelnemers in de welkomsttekst hoelang het duurt en overweeg een voortgangsbalk te tonen.
Andere belangrijke toevoegingen zijn de tekstvragen. Hiermee kunnen je deelnemers specifieke feedback geven waar je wat mee kunt. Het is verstandig om deze vragen niet verplicht te maken, omdat ze mensen kunnen afschrikken om te antwoorden.
Tot slot: stel bij het opstellen van een enquête specifieke vragen om meer bruikbare informatie voor de analyse te verkrijgen. Bedenk ook dat het nuttig is om wat extra achtergrondinformatie te verzamelen, omdat je daarmee de responsen beter kunt analyseren.
Het is ook belangrijk om je vragen goed te formuleren. Als mensen vragen moeten beantwoorden die ze niet begrijpen, sluiten ze het venster en gaan ze verder met iets anders. Laat je enquête, als dat mogelijk is, door iemand anders nalezen voordat je hem openbaar beschikbaar maakt, zodat de vragen duidelijk zijn.
Bias in enquêtes
Bij marktonderzoek is het voor onbevooroordeelde responsen belangrijk om deelnemers aan de enquête geen vragen te stellen die hun antwoorden kunnen beïnvloeden. Het voorkomen van bias helpt om responsen te vermijden die de verzamelde gegevens ongeldig kunnen maken of kunnen vertekenen. Het is vrij eenvoudig en gebruikelijk dat een bedrijf of persoon zonder de juiste opleiding of kennis van marktonderzoek hierin fouten maakt. Dit geldt voor veel zaken: van de manier waarop een vraag is geformuleerd en de antwoorden waaruit gekozen kan worden, tot de manier waarop een interviewer de vragen presenteert als de gegevens telefonisch of persoonlijk worden verzameld.
Je krijgt meetfouten als je vraagt:
Hoe leuk vond je het evenement?
( )Erg leuk
( )Ging wel
( )Niet zo leuk
( )Helemaal niet
Op het eerste gezicht lijkt er niets mis te zijn met de opbouw van deze vraag. De deelnemer kan immers kiezen uit antwoorden van "heel erg" tot "helemaal niet". Het probleem zit echter in de formulering van de vraag. Door deelnemers te vragen "hoe leuk" ze het evenement vonden, creëert degene die de enquête afneemt al een bias, omdat ervan wordt uitgegaan dat de deelnemer het evenement in zekere mate leuk vond. Dat hoeft niet het geval te zijn.
Je kunt dit voorkomen door de vraag anders te formuleren:
Hoe zou je je algehele plezier tijdens het evenement beoordelen op een schaal van 1 - 5: 1 = "Helemaal niet" en 5 = "Heel erg genoten"
1 2 3 4 5
( ) ( ) ( ) ( ) ( )
Door de vraag anders te formuleren kunnen deelnemers antwoorden met een schaal waarop ze gemakkelijk hun mate van plezier kunnen aangeven. Ook kan degene die de enquête afneemt de resultaten eenvoudig verwerken en vergelijken met die van andere deelnemers. Natuurlijk moeten er meer vragen worden toegevoegd om te achterhalen waar de deelnemers wel of niet van hebben genoten.
Dit is slechts één voorbeeld van hoe kleine wijzigingen in de formulering je enquête kunnen verbeteren.
Test uw enquête voordat u begint
Test uw enquête grondig voordat u deze naar deelnemers stuurt:
- Gebruik het voorbeeld om zelf door de enquête te gaan en probeer verschillende antwoorden uit om te controleren of uw condities de juiste vragen tonen en verbergen. Het enquêtelogicabestand helpt u fouten in condities en expressies te vinden.
- Open de enquête zowel op een smartphone als op een computer.
- Vraag een paar mensen uit uw doelgroep om de enquête in te vullen (een pilottest) en vraag hen welke vragen onduidelijk waren. Bekijk ook hun antwoorden: als veel mensen "Anders" kozen of een vraag leeg lieten, moeten de vraag of de antwoordopties mogelijk worden verbeterd.
- Controleer of de geëxporteerde resultaten kunnen worden geanalyseerd zoals u had gepland.
Voer uw wijzigingen door voordat u de enquête activeert. Zodra een enquête actief is, kunt u geen vragen meer toevoegen of verwijderen. Om de structuur van de enquête te wijzigen, moet u deze uitschakelen. Hierbij worden de tot dan toe verzamelde responsen naar een archieftabel verplaatst.
Bescherm de gegevens van uw deelnemers
Vraag alleen naar persoonsgegevens die u echt nodig heeft voor uw onderzoek. Deelnemers antwoorden eerder eerlijk als ze weten wat er met hun antwoorden gebeurt.
- Leg in de welkomsttekst uit wie de enquête uitvoert, waarvoor de gegevens worden gebruikt en hoe lang ze worden bewaard.
- Als u de antwoorden niet aan individuele deelnemers hoeft te koppelen, schakel dan anonieme responsen in.
- Gebruik de instellingen voor het gegevensbeleid om een privacyverklaring te tonen die deelnemers moeten accepteren voordat ze aan de enquête beginnen.